Archief voor mei, 2014

klein_dance-660x462

Als je niet helemaal ‘heel’ bent
zoals wordt verwacht
dan zet zich iets in werking
dat je van te voren niet kon bedenken
eerst sluipend pijnlijk

je bloed

daarna in iets wat je
niet kan benoemen
niemand benoemd het
of geeft je een aanwijzing
maar je ervaart het
als schimpscheuten
en hoe voelen die
ook dat weet niemand
alleen degene die ze krijgt

Art: William Klein

william-klein-9
Bij het opstaan
is hoofdpijn verdwenen
ik neem een douche
en trek een rokje aan
mijn voeten gaan in witte sokjes
en witte gympen
‘Vans’ met lekker veel ruimte
“Geen Gezicht”! vindt zoon
ik haal mijn schouders op
pak mijn fiets
en rijdt naar de markt
koop bij een fruitstal
suikermeloenen
vier stuks
want je krijgt er twee voor
slechts 99 eurocent
10 nectarines
twee mango’s
en twee avocado’s
die nog moeten rijpen
dat alles voor nog geen
7 euro
ik struikel bijna over een
ontsnapte meloen
en dank mezelf voor
de veilige gympen
de meloen mag ik gratis meenemen

Bij de broodstal haal ik
brood van vroeger
en bij de marktslager
twee gemarineerde ribeye’s
gemarineerd in pink pepper
runder gehakt
en drie droge worsten
dan naar Wilner
voor verrukkelijk vers beleg
ik koop 3 schaaltjes lekkers
dan een broodje haring
uit het vuistje
en voor zoon laat ik als verrassing
een portie scampi’s bakken
nu vlug naar huis!

Art: William Klein

Gisteren
niet veel anders dan
tv gekeken
de deur niet geopend
toen er
gebeld werd tot 2x toe
laat me met rust!
het hoofd zwaar en pijnlijk
heb ik patat laten halen
vandaag is het nog niet jofel
de sering en forsythia
wachten op de snoeischaar
ik denk dat
het morgen wordt
vandaag heerst the blues

brood_herman-oor_lr_234

We zijn op bezoek
bij je ouders
ze wonen nu
in een flat
(vlakbij eenzelfde flat als die van Eelco Gelling)
en met je vader gaat het niet goed
hij ademt benauwd
de longen aangetast
we praten samen
en na verloop van tijd
neemt hij me apart
op het balkon
Hij praat, vertelt en besluit met:
“Op mijn begrafenis
wil ik Windows Of My Eyes
en Strangers Of The Night graag horen”!
“Is dat mogelijk denk je Fenny”?

Later in de taxi
vraagt Herman wat zijn vader wilde?
en ik vertel hem
de wens van zijn vader
Herman raakt volledig van de kaart
op de achterbank
(ik zit voorin)
wil wat afstand
wat ruimte voor alles vanbinnen

Toen het zover was
belde je me
in Wijk aan Zee
of ik de volgende dag
mee wilde gaan
je bleek toen ik klaarstond
op perron
‘Opgepakt’ : zei je later
en ik alleen achterblijvend
klaar voor alles
wist niet meer wat ik moest doen
je hebt me ook niet uitgelegd
naderhand
dat hoeveel ik ook van je hield
je me liet zitten
en daarbij je vader

Voor hem (Joop), met al mijn respect en liefde
en omdat hij niet gemakkelijk te veroveren was.
‘Eerst zien dan geloven’! zijn motto.

Foto: Met je schele oog, dat mij dierbaar was!

 

 

Boxel, Piet J. van (1912- ...) Lezende oude vrouw aan tafel

Je werd mijn stiefoma
in Winschoten
waar mijn stiefvader
nog niet droog achter de oren
vandaan kwam
ouderwets en oud in mijn ogen
maar ook sterk en
liefdevol
vol verhalen
ik vond je een lieve oma
je had een nest vol piemels
grootgebracht
wij waren de eerste kleinkinderen
niet écht natuurlijk
door het lot in je handen geworpen
en twee meiden…. geen jongens
zoals je gewend was
je man leefde nog
zwijgzaam als mijn stiefvader
met gedachten voor zichzelf

Hij ging ook…
net als mijn geliefde familieleden daarvoor
maar iets later
in mijn beleving ‘Al weer één’!
dat spreekt voor zich
uit dit verhaal

Je liet ons als wij uitbesteed werden
in de zomervakantie
“Dan was je er maar lekker van af mam”!
tobbes vol boontjes doppen
die jij dan inwekte
dat vond ik bevredigend
net als de kruisbessen
en rode bessen
waar je saus en jam van brouwde
(of vers met suiker in een toetje)
die ik plukte met mijn zusje
van de struiken die aan het eind van de middag
in de schaduw stonden
aan de zijkant van je huis

Er was ook tijd voor ons
je was een gulle vrouw
tot op zekere hoogte
in de kelder bovenaan de trap
stond een rond kaasje op een bord
met een kaasschaaf
en voor ons bestelde je hardbroodjes
bij de bakker
die nieuw voor ons waren
wij konden net zoveel kaas afsnijden
als we wilden op ons hardbroodje
Hardbroodjes: “Ik vond ze heerlijk”!

In de voorkamer stond een pick-up
waarop ik de muziek van de
‘West Side Story’ beluisterde
keer op keer
lekker in mijn eentje
en het liedje over de ‘Zuiderzeeballade’
de opa met zijn kleine jongen
die elkaar toezongen
en de Everly Brothers met ‘Let It Be Me’ met
aan de andere kant ‘Cathy’s Clown’
ik denk mijzelf zo terug in die voorkamer
op een zomermiddag

Op zo’n mooie middag
zaten mijn zus en ik achter
een naaimachine
zo’n ouderwetse
dat stoorde ons geenszins
je had zoveel lappen stof stiefoma
en wij kozen voor tinneroy
toen in de mode
paars en rose of oranje
dat weet ik niet meer
we maakten minirokken
met hupzeelen (zo noemde jij dat)
wij moesten er om lachen
en reden trots met onze rokken
naar het end van de enorm lange weg
waaraan je woonde
waar zich een camping bevond

We hebben er gebadmintond
met wat jongens denk ik
alhoewel ik dat niet eens meer zeker weet
we wilden ons net gefabriceerde rokjes showen
we waren mooi en trots!

We werden terug gehaald
je noemde ons hoeren
en later, heel veel later
toen je me kopjes stuurde (ik heb ze nog)
schreef ik je een brief
jij schreef ook terug
en ik vroeg je:
“Hoe je daar toe gekomen was,
was het omdat je geen dochters had”?
Je jongste zoon trok me zijn bed in
ik dertien jaar en koketterend wellicht
maar hevig geschrokken
dat wist jij niet
maar ook zijn meisje, toen vrouw van ± twintig
heb je over hun seksleven aan de tand gevoeld
seks voor het huwelijk mocht niet!

(Maar je zoon vroeg je niks,
das toch vreemd stiefoma?)

Er leefde heel wat frustratie over seks
in je huis vrouw
met schadelijke gevolgen
en toen je mijn brief ontving
schijn je gehuild te hebben
mijn moeder vond dat ik een vrouw
van tachtig niet zo moest belasten
maar uiteindelijk
was ik dankbaar voor je tranen
die me zoveel meer deden
dan de woorden van mijn moeder
je was écht stiefoma!
en ik was degene
die nachten waakte
aan je sterfbed

Dat vonden ze eng
en ik natuurlijk… goed genoeg
niet opgeroepen toen je afscheid nam
van je dierbaren
en ik denk dat je dat wel gewild had?
wel goed genoeg voor eenzame eindwake
waar ik helemaal alleen de tijd met je uitzat
tot je doodging
(je keek me gemeen aan met één van je ogen
in deze uren van verlatenheid)
af en toe gaf ik je methadon of
depte je lippen met vocht
ik was bij je zonder gesproken te hebben
of gehoord te zijn
dat gold ook voor jou
ik heb gevloekt (vloeken bij jou… ik deed het en zou het weer doen)
toen je oudste zoon
met wattenstokjes
je gebit in je mond wilde houden
wat je helse pijn bezorgde
en ik vloekte dat hij op moest houden
dezelfde zoon die die nacht
mijn borsten beroerde
als hij achter mij langs de kamer uit liep
(echt waar oma)
waar ik verdoofd door pijn
over het hele gebeuren
niet op reageerde

Toen ik met hem in een pauze van de vroege morgen
boodschappen haalde
in een zijden rok tot onder mijn knieën
maar met een split tot mijn dijen midvoor
zag ik zijn schaamte
de hypocriet
die niets liever deed dan stiekem
meisjes en vrouwen betasten
zijn hele leven werkend bij Fokker
en daarover zeverend
altijd een hand boven het hoofd
door de rest van de familie
die ook reuze gelovig is
en geloofd en gelooft in familiebijeenkomsten
waarbij ik niet welkom was
zonder lof als stiefkind

Ze kennen mij niet, mijn naam werd nooit meer genoemd toen ik het tehuis inging, waarvoor schaamde mijn moeder zich?

 

Art: Piet J. van Boxel

Mijn schat

Geplaatst: mei 18, 2014 in kunst, muziek, persoonlijk
Tags:, , ,

Blue Bird

Door jou
viel de puzzel
op zijn plek
werd ik volwassen
hoewel ik het woord
verfoei
we blijven onbeholpen
in zoveel
wij kleine mensen
jij maakte me compleet
elke dag sta ik op
blij
nog steeds
gewoon
omdat jij er bent
heeft het leven
zoveel meer
geen woorden voor
lieve jongen

Je droeg dit nummer aan me op
zult het spelen als ik sterf
en ik ben in één klap schatrijk
zo diep geraakt en dankbaar
mijn schat, dank je wel!

http://youtu.be/yfDo9AE5r8w

Art: Viviane Sassen

Je moet er voor naar Parijs
daar loopt de dichtstbijzijnde
voorstelling
videobeelden
waar jijzelf onderdeel van bent
deel van het grote gebaar of
cliché
dat ik niet schuw
theatraal
grote thema’s
de mens

Waarom ben ik
Wat doe ik hier
Laat ik iets achter?

Robert-Longo-part2-2

Hang je tranen
aan je
vermeende bruidskleed
liefje
laat ze dalen
langzaam naar beneden
zakken
ik weet hoe groot
jouw
teleurstelling voelt

Het was slechts paaien
wat hij deed
enkel wachtend op
de juiste stemming
zodat je afwierp
al je tegenstand
ja, de barrière
die je tegen alles
in
de waagschaal
stelde

Jouw liefde
het vertrouwen
dat nergens op
gebaseerd bleek
wist jij veel
je was jong
onervaren
bloedmooi
en zonder enkele
status

Je gaf jezelf
niet wetend
dat je daarmee
alles
maar vooral
jezelf vergooide
in de ogen van
de hufters
ach…
mooi meisje

Art: Robert Longo

freek-en-hella-de-jonge

Gisteravond heb ik met zoon iets heel bijzonders meegemaakt in het Grand Theatre. We gingen samen naar de voorstelling van Hella en Freek de Jonge, ‘Freeks Ooms’. Een voorstelling die in het teken stond van de dodenherdenking en waarbij ik hoopte dat J. zich er hierdoor meer bij zou kunnen voorstellen. Hij vindt het moeilijk om zich bij de dodenherdenking te kunnen inleven.
Dus heb ik mijn hoop een beetje in Freeks handen gelegd (hij is voor ons beiden de Meester in het vak) met een zeker vertrouwen dat het aan hem wel toevertrouwt is om zoon stof tot nadenken en inleving te bezorgen.

Na de dodenherdenking (die Freek en Hella ook bezochten) wandelen we naar het theater en drinken bij aankomst een cappuccino op de trap want de tafeltjes zijn bezet. Als de deuren open zijn gegaan en ons kaartjes gescand lopen we de trap af op zoek naar een plaats, in het Grand is dit vrij.
Zoon neemt het voortouw en zegt beslist: “We gaan op de eerste rij”!

Bij het begin van de voorstelling blijkt de microfoon van Hella niet te werken en geen technicus meer in de buurt. Dit is het eerste bezoek van Freek aan dit theater en ik vraag me af of hij dit ooit nog gaat herhalen.
Opeens komen er twee mannen gehaast binnen lopen en we horen dat er ergens een storing zit. “Heb je een andere microfoon voor mijn vrouw”?
“Nee” wordt er geantwoord.
Dan neemt Hella het over, één en al rust en beminnelijkheid fleemt ze de mannen: “Zouden jullie toch nog even hier willen komen alsjeblieft!”
Ze komen naar beneden en willen tape op haar bevallige behind plakken die in een mooie zwarte jurk met gouden borduursel zit gevangen. Professioneel en kalm lost ze dit op en schrijdt voor de mannen aan naar achteren in de coulissen. De boel regelen en in goede banen leiden lijkt voor haar een peulenschil.

Dan maken we kennis met Hella. Het grootste gedeelte van de de voorstelling staat in het teken van haar verhaal, zij is degene die vanavond de hoofdrol speelt en Freek geeft haar liefdevol de ruimte. Ze vertelt dat haar vader (Eli Asser) haar sommeerde onmiddellijk een doos te komen ophalen, anders gooit hij alles  alsnog weg.
In die doos vindt ze handgeschreven afscheidsbriefjes, foto’s en een adreswijziging. Dit wordt getoond op een scherm die zij via de computer bediend. Een verhuisbericht van de PTT waarin je verhuizing leest van de ene naar de andere barak in kamp Westerbork.
“Om je het idee te geven dat alles nog heel gewoon z’n gang ging”: vertelt Hella. We zien een fragment uit Shoah waarin Hella’s moeder (Eva Asser Croiset) een gedeelte van haar verhaal vertelt.

Freek die zijn moeder vraagt om te vertellen hoe het nu zat met zijn ooms (dit las Hella voor) en zijn moeder die antwoord met enkel: “Oh, het waren zulke lieve jongens!”  Maar dat ze fout waren in de oorlog vertelt ze niet en Hella loopt de kamer uit het terras op.
“Je zat met woede”? vraagt Freek. “Nee woede is het niet, zegt Hella maar ze gaf je geen antwoord”.
Haar woede kon ik me in deze anders heel goed voorstellen! En Freek geeft haar een handdruk en een begripvolle lach om zijn mond. Er komen foto’s voorbij van vermoordde familieleden en de innerlijke strijd die Hella voerde op dagen als gisteren, als de klok naar 8 uur tikt. Dan werd ze weggestuurd door haar ouders, was ze teveel, vluchtte ze naar boven.
Ook nog toen ze al niet meer thuis woonde en ze op een zeker moment het huis uitvlucht en haar vriend belt, de schuld die ze hierbij voelde alsof ze de doden en haar ouders in de steek liet.
De klok zo groot en helder op het station, mensen die gewoon door blijken te leven en te bewegen. Zij belt haar vriend in hoop op troost, de wijzers verschuiven en in haar hoofd gaat het… 1 traan voor oma…. 1 voor oom.
Haar vriend die haar vraagt naar hem toe te komen, die haar tranen van haar wangen zal likken.  Als ze daar komt, ligt er een kleed op de tafel en staan er overal koekjes. Dit is voor haar niet te verdragen al die gezelligheid en opnieuw vlucht ze weg maar vriend komt mee, houdt haar even stevig vast en brengt haar vervolgens naar zijn kamer in Amsterdam.

Aan het end worden de foto’s van de vermoordde familieleden opnieuw getoond, in een verdord korenveld in de sneeuw, er wordt zand over heen geschept en muziek bijgespeeld waarmee Freek de voorstelling besloot, een nummer dat hij schreef naar aanleiding van het pamflet dat Jan Koopmans schreef waarin hij ons waarschuwde en besloot met “Bijna te laat, ze gaan eruit ze gaan eraan”!

Er was zoveel wat er gebeurde in deze voorstelling, zoveel wat me een brok in de keel bezorgde of de tranen terug deed vechten.

Ik schud later Hella haar hand, vertel haar dat ik dit al tijdens de voorstelling van plan was te doen. Dat ik zeer onder de indruk ben van wat ik vanavond gezien en gehoord heb, zo intiem en bijzonder. Dat ik alles nog moet laten bezinken maar haar heel hartelijk wil bedanken dat ze dit met ons deelden!
En weg ben ik weer want dit vind ik eng maar ik ga je boek ‘Spring’ lezen.

Zoon heeft Freek opgezocht en staat met een intense uitdrukking op zijn gezicht een verhaal te vertellen. Freek staat ontspannen met een vriendelijke, aandachtige blik naar zijn woorden te luisteren. Even later komt zoon na Freek de hand te hebben geschud mijn kant oplopen, zijn rug voelt vochtig aan als ik bewonderend mijn hand even naar hem uitstrek, zoveel moed.

Op weg naar huis vertelt hij het ene naar het andere verhaal wat hem heeft aangegrepen in deze voorstelling. Dat hij Freek vertelde dat hij zo’n moeite had zich in te leven op dodenherdenking, niet wist wat hij hierbij moest doen of denken.(;-))
Dat hem nu zoveel duidelijk was geworden, het zo dichtbij had gehaald, inzichtelijk maakte.
Hij vertelt over het jongetje van 15 jaar dat voor het vuurpeloton stond. De Duitser die hem moest fusilleren wilde dat niet en schoot over hem heen, waardoor Jan Koopmans die een pamflet schreef in 1940 (om niet te tekenen voor de Ariërverklaring en wat voor gevolgen dat zou hebben) het was al te laat!  en sindsdien voortvluchtig was , in een naburig park liep in en zo in zijn oogkas werd geraakt.   “Ik huil toch bijna nooit mam maar moest bijna huilen”. “Dat liefdesliedje voor zijn vrouw, zo lief”.
Hoe goed Freek kon praten en over elkaar de ruimte geven,al de liefde en het respect voor elkaar dat uit de voorstelling sprak.Dat we elkaar vrij moeten laten en toch lief kunnen hebben.
“Daar gaat het om dat wij dit allemaal kunnen en niet al die ellende hoeven te ondergaan, al houdt het nooit op in zekere zin, dat ook”!
Dat Freek hem gevraagd had of hij morgen ook kwam? “Ik weet het niet”…. en hij vraagt niet of….??? We zijn verrassend snel thuis, bevlogen als we zijn van deze avond.

Dank voor alles Hella en Freek de Jonge, we komen morgen (inmiddels vandaag) feest vieren met de band!

 

IMG_0792_1
STEEDS

In dichtgeplombeerde wagons
rijden door het land de namen
maar hoe lang ze zo zullen rijden,
en of ze ooit uit zullen stappen
vraag het niet, ik zeg noch weet het.

De naam Natan beukt met zijn vuisten
en als krankzinnig zingt de naam Izak
de naam Sara roept ‘water!’ voor de naam
Aäron, een naam die sterft van de dorst.

Spring niet naar buiten, naam van David.
Je bent een naam die doemt tot ondergang
aan niemand gegeven, één zonder huis
te zwaar om te dragen in dit land.

Je zoon – hij hete Lech of Stanislaw
want hier telt men de haren uws hoofds,
hier scheidt men het goede van het kwade
naar gelang naam en vorm van het oog.

Spring niet naar buiten.
Je zoon hete Lech.
Spring niet. Het is te vroeg daarvoor.
Spring niet. De nacht klinkt als een lach,
schatert in het wielgeratel op het spoor.

Een stormwind joeg die mensenwolk aan
veel wind, weinig regen, slechts één traan
weinig regen, één traan en een dorre tijd
en een spoor dat diep het bos in leidt.

Doem, doem, zo dreunt het wiel.
Geen open plek.
Doem, doem.
De trek van treinen vol geroep.
Doem, doem.
Wakker schrikkend ’s nachts hoor ik verlaat:
Doem, doem, stilte die op stilte slaat.

Gedicht: Wislawa Szymborska

Sculptuur: „Jüdische Opfer des Faschismus“ van Will Lammert in Berlijn

Foto: Fenny