Archief voor de ‘gedichten’ Categorie

Krachtvoer

Geplaatst: oktober 18, 2015 in gedichten
Tags:,

van-gogh-3
Je bent als een flanellen huid
Die de mijne zacht en warm omhult
Je opent de gesloten deuren
En laat me zachtjes binnen
Als warme regen voed je me
En schenkt me inzicht naast demonen
Zodat ik steeds beter pas
In dit onbeholpen zijn dat leven heet
Ik de rusteloze, rust vindt
Mijn gelopen weg bestrooid met korrels zout
Die glinsterend hun spoor achterlaten
Je biedt je aan en dient me
Mijn woordenschat

Foto: Emmy Andriesse

Advertenties

Springende gedachten

Geplaatst: oktober 13, 2015 in gedichten
Tags:, ,

Carla
En dan op het einde van de reis
Je kleren af te werpen
Met alleen kwetsbare huid
Niets dan ontvankelijk
Te zijn als kinderen
Samen drommend voor een nieuw begin
Wachtend om opgenomen in het grote geheel
Met velen de eenheid vormen
Die hier niet mogelijk bleek
Wachtend bij de zee
Starend naar de horizon
Badend in het licht

Foto: Carla Kogelman

Wees niet bang

Geplaatst: februari 19, 2015 in gedichten, kunst
Tags:,

image-1916119

wees niet bang je mag opnieuw beginnen
vastberaden doelgericht of aarzelend op de tast
houd je aan regels volg je eigen zinnen
laat die hand maar los of pak er juist een vast

wees niet bang voor al te grote dromen
ga als je het zeker weet en als je aarzelt, wacht
hoe ijdel zijn de dingen die je je hebt voorgenomen
het mooiste overkomt je, het minste is bedacht

wees niet bang voor wat ze van je vinden
wat weet je van een ander als je jezelf niet kent
verlies je oorsprong niet door je te snel te binden
het leven lijkt afwisselend maar zelfs de liefde went

wees niet bang je bent een van de velen
tegelijk is er maar een als jij
dat betekent dat je vaak zult moeten delen
en soms zal moeten zeggen laat me vrij.

(Uit een column van Freek de Jonge, gepubliceerd op
2 januari 2000 in Het Parool)

 

texel1-112

Dit eiland

Voor de zachtmoedigen, verdrukten,
Tot geregelde arbeid onwilligen,
Voor de met moedwil mislukten
En de grootsch onverschilligen,

De reine roekeloozen,
Door het kalm leven verworpen,
Die boven steden en dorpen
De woestijnen verkozen,

Die zonder een zegekrans
Streden verloren slagen
En ’t liefst met hun fiere lans
De wankelste tronen schragen;

Voor allen, omgekomen
Door hun dedain voor profijt,
Slechts beheerscht door hun droomen,
De spot der bezitters ten spijt,

Neem ik bezit van dit eiland,
Plant ik de zwarte vlag,
Neem iedere natie tot vijand,
Erken slechts ’t azuur als gezag.

Wie nadert met goede bedoeling:
Handel, lust of bekeering,
Wordt geweerd aan ’t rif door bezwering
Of in ’t atol door onderspoeling.

Oovral op aarde heerscht orde,
Men late mijn eiland met rust;
’t Blijft woest, zal niet anders worden
Zoolang ik kampeer op zijn kust.

Uit: “Op aarde niet en niet op zee”
J. Slauerhoff
Foto: Maker niet kunnen achterhalen

 

 

 

 

beeld ABK                                                          ‘Should I stay or shall I go?’

ENTREE
“Pas op! Pas op! Ik zie ze vliegen!
Ik zie ze vallen!
Ik zie ze duiken!
Ik zie ze vechten!
Ik zie ze hijgen!
Ik zie ze zuchten!

Ik hoor ze stamelen.
Ik hoor ze klaarkomen.
Ik hoor ze huilen.
Ik hoor ze kwellen.
Ik zie hoe zij martelen.
Ik zie hoe zij gemarteld worden.
Ik ga er aan. Ik kan er niet tegen.
Ik ga er aan. Mijn hele leven er aan.
Er recht toe recht tegen aan.
Mijn hele hopelijk lange leven!
Tegen de pijn.Tegen de verlamming.
Tegen de verbittering.
Tegen de hopeloosheid.
Tegen de uitzichtslozen.

Voor de vrijheid.
Voor het leven.
Voor het eeuwige voortbestaan.
Het steeds opnieuw weer moeten beginnen.
Het steeds opnieuw weer moeten beamen
En schaterlachen ja schaterlachen ja
razen ja huilen ja schelden ja tieren
ja ja ja ja.”

Gedicht: Simon Vinkenoog 1928 – 2009
Art: Liesje Smolders 1952 – 2008

‘Should I stay or shall I go?’

Het leven zit barstens vol keuzes,
elke dag opnieuw.
Twijfel is noodzakelijk
Een keuze moet gemaakt worden
Gaan of blijven
Ik blijf.

mei 2006, Hortus Botanicus, Amsterdam.

Nog niet

Geplaatst: november 13, 2014 in gedichten, kunst
Tags:,

patricia-van-de-camp-wild8

Dit is het land, waar grote mensen wonen.
Je hoeft er nog niet in: het is er boos.
Er zijn geen feeën meer, er zijn hormonen
en altijd is er weer wat anders loos.

En in dit land zijn alle avonturen
hetzelfde, van een man en van een vrouw.
En achter elke muur zijn and’re muren
en nooit een eenhoorn of een bietebauw.

En alle dingen hebben hier twee kanten
en alle teddyberen zijn hier dood.
En boze stukken staan in boze kranten
en dat doen boze mannen voor hun brood.

Een bos is hier alleen maar een boel bomen
en de soldaten zijn niet meer van tin.
Dit is het land waar grote mensen wonen…
Wees maar niet bang. Je hoeft er nog niet in.

Art: Partricia van de Camp
gedicht: Annie M.G. Schmidt

Zo te schrijven…

Geplaatst: oktober 22, 2014 in gedichten, kunst


Wanting to Die

Since you ask, most days I cannot remember.
I walk in my clothing, unmarked by that voyage.
Then the almost unnameable lust returns.

Even then I have nothing against life.
I know well the grass blades you mention,
the furniture you have placed under the sun.

But suicides have a special language.
Like carpenters they want to know whitch tools.
They never ask why build.

Twice I have so simply declared myself,
have possessed the enemy, eaten the ennemy,
have taken on his craft, his magic.

In this way, heavy and toughtful,
warmer than oil or water,
I have rested, drooling at the mouth-hole.

I did not think of my body at needle point.
Even the cornea and the leftover urine were gone.
Suicides have already betrayed the body.

Still-born, they don’t always die,
but dazzled, they can’t forget a drug so sweet
that even children would look on a smile.

To thrust all that life under your tongue!-
that, all by itself, becomes a passion.
Death’s a sad bone; bruised, you’d say,

and yet she waits for me, year after year,
to so delicately undo an old wound,
to empty my breath from its bad prison.

Balanced there, suicides sometimes meet
raging at the fruit a pumped-up moon,
leaving the bread they mistook for a kiss,

leaving the page of the book carelessly open,
something unsaid, the phone off the hook
and the love whatever it was, an infection.

Anne Sexton

 

Iets van herfst

Geplaatst: oktober 16, 2014 in gedichten, kunst
Tags:, ,

Logging-Camp1-by-Patricia-Innis

Opdracht

Het lijkt maar weinig wat ik zag
op deze najaarsmiddag.
Ik liep wat doelloos door de stad
omdat ik niets omhanden had,

en heb in een plantsoen gezien
een meisje van een jaar of tien
dat bladeren tezamen bond
die zij onder bomen vond.

Misschien dat het een opdracht was,
een herfststukje voor in de klas,
maar zij droeg alles voor zich heen
als Birnam Wood naar Dunsinane.*)

Het was alsof, terwijl ik keek
de tijd weer omgekeerd verstreek,
en of ik, zonder spijt of schuld,
een kinderhart is zo gevuld,

daar zelf iets aan het zoeken was
waar ik, een leven later pas,
van weet dat het onmisbaar is
nu ik het mis.

Gedicht: Pierre Rawie
Uit: ‘Geleende tijd’ 1999
Art: Partricia van de Camp

*) “The Birnam Wood” verwijst naar een waarschuwing aan
Macbeth, waarin een van de voorspellingen van de heksen is,
dat Macbeth nooit overwonnen wordt totdat Birnam Wood naar
Dunsinane hill komt. Soldaten die Macbeth op Dunsinane komen
verslaan camoufleerden zichzelf met takken uit Birnam Wood.

 

Nog ien keer

Geplaatst: oktober 11, 2014 in gedichten
Tags:, , ,

Perenboom in bloei

Nog ien keer

Neem mij nog ien keer bij de haand,
as ik je noam niet meer zal weten
en ok mien eigen ben vergeten
en douwel met mij deur het olde laand.

Oons moe hangt net de wasse an de lien,
de rooie stienpeer stiet in volle blui
van scheuveln woj jao nooit ies mui,
de Lanz stiet stampend veur de dörsmesien.

Een kathedraal boven de lemen deel,
in’t stro een koor van kinderstemmen.
Langzaoman wordt hiel mien wereld heel.

Laat mij dan as eerappelrangen vergaon,
liggen as een wenakker in november.
Maor nuum mien naom, o nuum mien naom.

Gedicht: Anne Doornbos
Uit: De mooiste Drentse gedichten
Foto: internet, maker niet vermeld

kids

In het UMCG waar ik was voor
röntgenfoto’s
is het goed toeven in
de gangen die openbaar zijn
vaak is er mooie kunst te
bewonderen
vandaag trof ik een tafel vol
boeken met gedichten

BEELDEN VAN BUITEN

thús
thoes
thuus
in hoes
thuis
Pöezie in het UMCG

van ons land
die het noorden ademen
opengeslagen lag er een boek
met een schreeuwend wit vel
en een pen
voor de liefhebbers die zich
geroepen voelden
dan weet je het wel!
Er was een stoel die heerlijk
wiebelde
en waar ik naar gedichten
luisterde
via knopje op de stoel
in grote glazen stellages
waren de gedichten
uitgeprint
zag ik al luisterend

deze overgenomen
voor jullie.

Big Mac

Op n gegeven moment bist n jonkje
mit PDD NOS of ADD en n IQ van 70,

waist eigenlieks nait goud woarom
aandere kinder thoes melk drinken
en der naargens n stoapel
wasgoud noar kattepis roekt

roupst deur de stroaten: ‘Ik mok die dood!’
omdat Kevin t ook dut,
en n voest roakt t lief van n aander.
Doe gefst ook n schop, dust dat gewoon.

Waist dat G.H.B t lekkerst is mit cola?
Kevin n Big Mac, doe n Mac Flurry.

Gedicht: Fieke Gosselaar
Uit: Nova Zembla
Foto: William Klein